Clamecy is een kleine historische stad in het departement Nièvre, in de regio Bourgogne-Franche-Comté. Het ligt aan de samenvloeiing van de Yonne en de Beuvron, langs het beroemde Kanaal van Nivernais. Ondanks zijn bescheiden formaat heeft Clamecy een buitengewoon rijke geschiedenis, die teruggaat tot de vroege Middeleeuwen en sporen heeft nagelaten in de architectuur, de cultuur en de legendes van de stad. In 2026 is Clamecy een van de meest onderschatte historische steden van Bourgondië.
De vroegste geschiedenis: monniken en graven
De naam Clamecy verschijnt voor het eerst in historische bronnen in het jaar 634, als “Clamiciacus”. In die vroege periode vestigden monniken van de abdij van Sint-Julianus in Auxerre zich op een hoogte boven de Yonne. Zij begonnen de omliggende moerasgebieden te ontginnen en legden de grondslag voor de nederzetting die Clamecy zou worden.
In de negende of tiende eeuw bouwden de graven van Nevers een burcht op die strategische hoogte, die hen controle gaf over de samenvloeiing van de Yonne en de Beuvron. Deze burcht was het middelpunt van het graafschap en beschermde de handelsroutes over de rivieren. Clamecy groeide uit tot een marktstad met een levendige handel in landbouwproducten, hout en later ook wijn.
De bisschoppen van Bethlehem: een uniek hoofdstuk
Een van de meest bijzondere bladzijden in de geschiedenis van Clamecy is het verhaal van de bisschoppen van Bethlehem. Na de val van het Latijnse Koninkrijk Jeruzalem in de dertiende eeuw vluchtten de christelijke bisschoppen van Bethlehem naar Europa. In 1225 kwamen zij terecht in Clamecy, waar de lokale heer hen een onderkomen aanbood.
Zo werd Clamecy tot de bisschopszetel van Bethlehem in ballingschap – een unicum in de kerkgeschiedenis. De bisschoppen bleven hier gevestigd tot aan de Franse Revolutie in 1789, meer dan vijfhonderd jaar lang. Deze bijzondere situatie gaf Clamecy een religieus prestige dat ver uitsteeg boven zijn bescheiden omvang als stad. De kathedraal Saint-Martin – een gotisch meesterwerk – stamt uit de tijd van de bisschoppen van Bethlehem en domineert nog altijd het stadssilhouet van Clamecy.
Het vlotten van hout: de flottage du bois
Vanaf de zestiende eeuw werd Clamecy een van de belangrijkste centra voor houthandel in heel Frankrijk. De reden was praktisch: in het Morvan-woud, ten oosten van de stad, groeiden enorme hoeveelheden eik, beuk en naaldhout. Die bomen werden geveld en als vlotten over de Cure, de Yonne en uiteindelijk de Seine naar Parijs getransporteerd – de stad die eeuwenlang van brandhout afhankelijk was.
De vlotters (les flotteurs) van Clamecy waren beroemde figuren in het pre-industriële Frankrijk. Zij bonden boomstammen samen tot grote vlotten, de zogenaamde “trains de bois”, en stuurden die soms honderden kilometers stroomafwaarts. Het was een gevaarlijk en zwaar beroep: de vlotters moesten de stammen door stroomversnellingen loodsen en bij storm en hoog water werken. De laatste vlotten verlieten Clamecy in 1923, waarna het vlotten definitief ophield. Dit stukje geschiedenis is bewaard gebleven in het Musée d’Art et d’Histoire van de stad.
Het Kanaal van Nivernais
Parallel aan de ontwikkeling van het vlotten werd in de achttiende en vroeg-negentiende eeuw het Kanaal van Nivernais aangelegd. Dit 174 kilometer lange kanaal – gebouwd tussen 1784 en 1843 – loopt van Saint-Léger-des-Vignes via Clamecy naar Auxerre, waar het aansluit op de Yonne. Het oorspronkelijke doel was het efficiënter transporteren van hout en andere goederen uit het Morvan naar Parijs, als aanvulling op en later vervanging van het gevaarlijkere vlotten.
Vandaag de dag is het Kanaal van Nivernais een populaire recreatieve vaarroute. In Clamecy kun je in de zomer huurboten nemen, kanotochten maken en langs de kade wandelen of fietsen. De sluis van Clamecy is een fraai historisch monument. Het kanaal biedt een unieke manier om het landschap van de Nièvre te verkennen, op een rustiger tempo dan ooit zijn voorouders gekend zullen hebben.
Meer weten over winkelen in de stad? Lees ook het artikel over winkelen in Clamecy. En wie de markten wil ontdekken: het artikel over markten in Clamecy geeft een compleet overzicht.
Het beschermde stadsgezicht
Het historische centrum van Clamecy is door de Franse nationale overheid aangewezen als “Secteur Sauvegardé” – een streng beschermd stadsgezicht. Dit is de enige dergelijke aanwijzing in het hele departement Nièvre en getuigt van de uitzonderlijke architectonische rijkdom van de stad. Binnen het beschermde gebied mag je je nauwelijks een gevel renoveren zonder goedkeuring van architecten en monumentenzorg.
Een wandeling door het centrum van Clamecy is dan ook een reis door de tijd. De middeleeuwse straten zijn smal en kronkelen langs vakwerkhuizen, Renaissance-gevels en barokke heerenhui zen. Bijzonder is de Rue de la Monnaie, de voormalige munterstraat, en de Place du 19 Août met zijn fontein en historische omgeving. De gotische kathedraal Saint-Martin staat als een solide anker in het hart van de stad.
Romain Rolland: het literaire geweten van Clamecy
Clamecy is ook de geboorteplaats van een van de grote Franse schrijvers van de twintigste eeuw: Romain Rolland (1866–1944). Hij groeide op in Clamecy en bleef zijn hele leven verbonden met de stad en het landschap van de Nièvre. In 1915 ontving hij de Nobelprijs voor Literatuur, met name voor zijn monumentale romancyclus “Jean-Christophe” – een tiendellige roman over een Duits muziekgenie dat zijn weg zoekt door het Europa van de Belle Époque.
Rolland was ook een overtuigd pacifist en humanist, die tijdens de Eerste Wereldoorlog openlijk de vrede bepleitte – wat hem in conflict bracht met zowel de Franse als de Duitse autoriteiten. Zijn bibliotheek, manuscripten en persoonlijke bezittingen zijn te zien in het Musée d’Art et d’Histoire in Clamecy, dat ook zijn naam draagt: Musée Romain Rolland.
Wat te zien in het centrum van Clamecy
Voor wie de geschiedenis van Clamecy wil beleven, zijn er verschillende bezienswaardigheden:
- Kathedraal Saint-Martin: een gotisch meesterwerk uit de dertiende tot vijftiende eeuw, met fraaie glasramen en een imposante westgevel.
- Musée d’Art et d’Histoire Romain Rolland: gewijd aan de vlottersgeschiedenis, het werk van Romain Rolland en de archeologie van de regio.
- De kaden langs de Yonne: historische opslagplaatsen en pakhuizen herinneren aan de glorietijd van de houthandel.
- De sluizen van het Nivernais-kanaal: een kleine wandeling langs het kanaal toont de technische vernuft van de negentiende-eeuwse ingenieurs.
- Place du 19 Août: het centrale plein met fontein en terrassen, omgeven door historische gevels.
Wil je ook comfortabel verblijven terwijl je de geschiedenis van Clamecy verkent? Het artikel over overnachten in Clamecy helpt je op weg met de beste hotels en gîtes. En voor activiteiten met kinderen biedt Clamecy met kinderen handige tips.
Veelgestelde vragen over de geschiedenis van Clamecy
Waarvoor is Clamecy historisch bekend?
Clamecy is historisch bekend om drie dingen: de unieke aanwezigheid van de Bisschoppen van Bethlehem (van 1225 tot de Franse Revolutie), het vlotten van hout over de Yonne en het Nivernais-kanaal naar Parijs, en als geboorteplaats van Nobelprijswinnaar Romain Rolland.
Wat is het Nivernais-kanaal?
Het Kanaal van Nivernais is een 174 kilometer lang kanaal dat tussen 1784 en 1843 werd aangelegd. Het verbindt Saint-Léger-des-Vignes met Auxerre via Clamecy en diende oorspronkelijk voor het transport van brandhout vanuit het Morvan-woud naar Parijs.
Wie was Romain Rolland?
Romain Rolland (1866–1944) was een Franse schrijver, geboren in Clamecy, die in 1915 de Nobelprijs voor Literatuur won. Hij is bekend om zijn tiendellige roman Jean-Christophe en zijn humanistische en pacifistische opvattingen. Zijn bibliotheek is te zien in het Musée d’Art et d’Histoire in Clamecy.
Wat betekent ‘Secteur Sauvegardé’ voor het centrum van Clamecy?
Het historische centrum van Clamecy is door de Franse overheid aangewezen als Secteur Sauvegardé – een beschermd stadsgezicht. Dit is de enige dergelijke aanwijzing in het hele departement Nièvre. Het betekent dat alle gebouwen in het centrum streng beschermd zijn en dat renovaties aan strikte regels zijn gebonden.
Wanneer werd Clamecy voor het eerst vermeld?
Clamecy werd voor het eerst vermeld in het jaar 634 als ‘Clamiciacus’. Monniken van de abdij van Sint-Julianus in Auxerre vestigden zich op een hoogte boven de Yonne en begonnen de omliggende moerasgebieden te ontginnen. De graven van Nevers bouwden er in de negende of tiende eeuw een burcht.
Informatie aangepast in maart 2026.










